Iedereen heeft een natuurlijke voorkeur voor bepaalde momenten van de dag waarop je je energieker voelt. Dit wordt je chronotype genoemd. Het is verbonden aan je biologische klok, ook wel het circadiane ritme, dat ongeveer een etmaal van 24 uur volgt. De duur van de circadiane klok is bij elk mens anders: hoe korter, hoe sterker een ochtendtype; hoe langer, hoe sterker een avondtype. Je chronotype beïnvloedt wanneer je het liefst actief bent, hoe goed je presteert en hoe je je voelt.
Mensen kunnen grofweg worden ingedeeld in verschillende chronotypes.
Er zijn ook aanwijzingen dat er meer dan alleen ochtend- en avondtypes zijn. Zo is er een middagtype dat zich juist rond de middag het meest wakker voelt en een dutjestype dat vooral in de middag een flinke dip ervaart, maar zich in de ochtend en avond beter voelt.
Hoewel het in je DNA zit, verandert je chronotype in de loop van je leven. Kinderen zijn vrijwel altijd ochtendtypes, terwijl adolescenten meer avondmensen worden. Rond je twintigste is dit het sterkst, waarna het naarmate je ouder wordt heel langzaam weer terugschuift richting een ochtendvoorkeur. Ook zijn er verschillen tussen mannen en vrouwen: vrouwen zijn gemiddeld vaker ochtendtypes.
Prestaties en cognitieve vaardigheden
Onderzoek laat zien dat chronotype verband houdt met prestaties en cognitieve vaardigheden. Je presteert beter op momenten die passen bij je eigen biologische voorkeur. Als we kijken naar de manier van werken, dan nemen ochtendtypes vaak meer tijd om hun werk te doen (ze zijn bedachtzamer) en maken minder fouten. Avondtypes hebben hogere cognitieve vermogens en werken sneller dan ochtendtypes, maar zijn daarbij ook impulsiever, waardoor ze meer fouten maken en ook meer moeite hebben met prioriteren.
Gevoelens en emoties
In de ochtend voelen avondtypes zich vaak minder prettig, maar in de middag juist extra prettig. Daarnaast is een bekend verschijnsel de sociale jetlag. Dat betekent dat je biologische klok niet goed aansluit bij de sociale klok. Vaak gebeurt dit wanneer iemand in het weekend of op vrije dagen later naar bed gaat en later opstaat dan doordeweeks of op werkdagen. Bijna 7 op de 10 mensen in Europa hebben hier in zekere mate last van. Vooral studenten of mensen met onregelmatig werk ervaren dit.
Ja, dat heeft invloed. Voor volwassenen is er een specifieke maat die veel zegt over welzijn in relatie tot hun chronotype: het midpunt van slaap op werkdagen (MSW). Het MSW is letterlijk het midden van je slaapperiode. Je berekent dit door het tijdstip waarop je gaat slapen en daar de helft van je totale slaapduur bij op te tellen. Stel dat je om 23:00 uur naar bed gaat en om 07:00 uur weer opstaat, dan is je midpunt om 03:00 uur.
Dit midpunt van slaap op werkdagen hangt samen met psychologisch welzijn, vooral bij vrouwen. Vrouwen die later inslapen en korter slapen rapporteren vaker dat zij zich minder goed voelen. Factoren zoals langere werkdagen en minder zonlicht versterken dit verband. Bij mannen werden dit soort verbanden niet gevonden, mogelijk omdat zij vaker buiten werken en meer blootgesteld zijn aan natuurlijk licht, waardoor hun biologische klok beter aansluit bij hun dagelijkse ritme.
Het chronotype is ook stevig verankerd in de biologie en wordt gestuurd door verschillende processen in het lichaam. Een van de belangrijkste factoren is melatonine. Het tijdstip waarop jouw melatoninepiek optreedt, geeft duidelijk aan in welke biologische fase je je bevindt. Deze piek hangt sterk samen met het midpunt van slaap (MSW).